Buitenboordbeugel vroeger: een opvallend gezicht en een bijzonder verhaal

Hoe de buitenboordbeugel eruitzag en werkte

Een buitenboordbeugel, ook wel buitenboord genoemd, was een metalen beugel die met een band om het hoofd of nek zat. Aan de voorkant zaten stangen of draden die in de mond op speciale ringetjes aan de kiezen werden bevestigd. Alles werd goed vastgemaakt, want het doel was om veel kracht te geven aan de voortanden of kiezen. Zo konden tanden naar achteren worden verplaatst of kaken op elkaar worden aangepast. Deze orthodontische beugel was vooral geschikt bij kinderen die nog in de groei waren, omdat hun kaak dan nog makkelijk te sturen was. Je droeg hem vaak ’s avonds of zelfs overdag, soms wel tot 14 uur per dag.

Het dagelijks leven met een buitenboordbeugel vroeger

Met een buitenboordbeugel op school of thuis lopen, was een hele ervaring. Het apparaat was groot en niet makkelijk te verbergen. Praten ging anders, vaak iets lastiger, en soms kon je gaan slissen of kwijlen. Eten met de beugel was niet handig, dus je moest hem meestal even uitdoen. Soms deed het pijn of kreeg je wondjes in de wang of op de lip. Toch wisten veel kinderen dat ze het voor een goed doel deden: straks een mooi recht gebit. Rondlopen met zo’n grote constructie voelde soms vervelend, zeker als klasgenoten er grapjes over maakten. Veel mensen die nu volwassen zijn, herinneren zich hun buitenboord met een mix van trots en een beetje schaamte.

Waarom buitenboordbeugels vroeger zo vaak werden gebruikt

Vroeger kozen orthodontisten vaak voor deze opvallende methode. De buitenboord, of hoofdkap-beugel, was goedkoop en leverde sterke resultaten op voor kinderen met een overbeet of een te ver naar voren staande kaak. Er waren nog niet veel andere keuzes. Orthodontie groeide snel in de jaren tachtig en negentig. De techniek was handig en paste bij de wensen van die tijd: snel resultaat, liefst voordat de kinderen hun puberteit bereikten. Veel ouders en kinderen dachten: hoe eerder je klaar bent, hoe beter. Ook zorgde deze beugel vaak voor een blijvend effect, omdat het de kaakbotten in de goede richting liet groeien.

Hoe het nu anders gaat bij orthodontie

Tegenwoordig zie je bijna geen buitenboordbeugel meer in het straatbeeld. De techniek is veranderd. Nieuwe beugels zijn kleiner, zitten vaak alleen in de mond of zijn doorzichtig. Veel tandartsen kiezen nu voor slotjesbeugels, aligners (doorzichtige hoesjes) of andere vormen van vaste of losse beugels. Ze zijn minder zichtbaar en zitten fijner. Kinderen van nu hoeven dus niet meer met een grote metalen boog om hun hoofd naar school. Toch zijn er nog gevallen waarbij een buitenboordbeugel de beste oplossing is, maar dit komt veel minder voor dan vroeger. Voor veel mensen hoort het beeld van zo’n opvallende beugel echt bij hun jeugd.

Meest gestelde vragen over buitenboordbeugel vroeger

Waarom werd de buitenboordbeugel vooral vroeger gebruikt?

De buitenboordbeugel werd vooral gebruikt omdat het in die tijd een van de weinige manieren was om de kaak en tanden sterk te verplaatsen. Orthodontisten hadden minder alternatieven dan nu.

Was het dragen van zo’n beugel pijnlijk?

Het dragen van een buitenboordbeugel kon inderdaad pijnlijk zijn. Vooral aan het begin of na het bijstellen voelde je druk of kreeg je soms last van je wang of lip.

Hoeveel uur per dag moest de buitenboordbeugel aan?

Vaak moest de beugel minstens twaalf tot veertien uur per dag aan. Meestal was dit vooral thuis, maar sommige kinderen moesten hem ook op school dragen.

Waarom zie je de buitenboordbeugel bijna niet meer?

Orthodontisten gebruiken nu nieuwe technieken en materialen. Moderne beugels zijn kleiner, minder opvallend en meestal prettiger om te dragen dan de buitenboordbeugel.

Wat was het doel van de buitenboordbeugel?

Het doel van de buitenboordbeugel was om de kaken en tanden naar een betere stand te verplaatsen. Zo kreeg het kind later een recht gebit en kon het beter kauwen en praten.